Het allerlaatste woord van de tien richtlijnen van de oude Tai Chi-meester Yang Chengfu is jing: sereniteit of innerlijke rust. Dat is niet alleen van een grote schoonheid, het is ook helemaal to the point in onze huidige, dolgedraaide maatschappij. Ook al dateren de richtlijnen uit 1934, ze bieden enkele dankbare tips die in deze tijd meer dan ooit bruikbaar zijn.

Dat jing een toestand is van sereniteit die je steeds in jezelf kan terugvinden, kan je hier lezen. Je geest is immers jing van nature. De kunst is om je er terug op te leren afstemmen.
Dat is niet altijd even evident in een snelle, lawaaierige en competitieve maatschappij. Het is niet gemakkelijk om je sereniteit te bewaren als alles om je heen raast en draait en roept. Als de rust in jezelf niet stevig genoeg is, word je gewoon meegezogen in de maalstroom, in de wervelwind.

Toch kan je temidden van alle informatie, verplichtingen en drukte je aandacht leren richten op het oog van die wervelwind.
En daar is alles stil, zelfs als de hele rat race rondom je blijft doorrazen.

De tiende richtlijn van Yang Chengfu nodigt uit om dat oog van de storm te gaan cultiveren, om dat centrum waar alles stil is op te zoeken en om het steeds meer volume te geven door middel van dat prachtige instrument dat Tai Chi is.

Dòng zhōng qiú jìng 动中求静 betekent letterlijk: ’temidden van beweging zoeken naar sereniteit’. Het gaat om het zoeken naar een innerlijk anker, een plek van stilte in jezelf, een centrum waar die sereniteit steeds toegankelijk is.

Dat werkt aan twee kanten: enerzijds helpt het vinden van zo’n plek je beoefening van Tai Chi sterk vooruit, anderzijds helpt Tai Chi om die sereniteit in jezelf te ontwikkelen en verdiepen.

Nervus Vagus

Tai Chi en Qigong werken steeds op drie fronten tegelijk: beweging, ademhaling en aandacht.

Alle drie deze elementen kussen als het ware op een zachte, tedere manier de nervus vagus wakker. Dat is de belangrijkste uitvoerder van het parasympathische (rust- en herstel) systeem in het lichaam en dus in wezen de motor van innerlijke rust.

Het zijn de trage, vloeiende en precieze bewegingen van Tai Chi die de hersenstam stimuleren, waar de nervus vagus zijn oorsprong kent. De ademhaling is diep en stimuleert het diafragma, dat de vagus rechtstreeks stimuleert. Het grootste effect komt echter van de aandacht. De typische Tai Chi-alertheid, sterk gericht op de beweging en de omgeving, op het hier en nu, schakelt piekeren en andere gedachten uit, waardoor de nervus vagus alle ruimte krijgt om zijn kalmerende werk te doen.

Tai Chi

Eens je dus een paar Tai Chi- of Qigongbewegingen onder de knie hebt (dat betekent dat je de volgorde van de bewegingen van buiten kent) kan je je aandacht gaan richten op de vloeiendheid en juistheid van je bewegingen, op je ademhaling en op je innerlijke ervaring.

Wat dat laatste betreft, helpt het om de aandacht te bundelen in dantian. De beweging wordt dan vanzelf bezield door een stille aanwezigheid. Elke beweging wordt dan een kans om ‘in het midden van de beweging de sereniteit te zoeken’.

Tien Richtlijnen

Als je steeds meer sereniteit vindt door je beoefening van Tai Chi of Qigong, waardeer je misschien pas echt ten volle de draagwijdte van die negen andere eenvoudige richtlijnen van Yang Chengfu. Ze vormen één geheel: het ene leidt tot het andere. Ze versterken elkaar. Ze kunnen niet zonder elkaar.

In zijn prachtige boek ‘The Tai Chi Journey‘ beschrijft John Lash hoe Tai Chi een manier van leven kan worden, een innerlijke houding die je je helemaal eigen gemaakt hebt door het vele oefenen. Alles wordt dan Tai Chi: eten, TV kijken, autorijden. Je houding is beter, je gezondheid verbetert en je bewustzijn vergroot. Al wat je daar voor hoeft te doen is regelmatig oefenen met de tien richtlijnen.

Na verloop van tijd integreer je die principes zodanig dat je ze helemaal eigen maakt.

Ze worden dan een tweede natuur.

En deel je ervaring hieronder met anderen. Zo leren we van elkaar!

[/vc_column]

Leave a Comment